Verbinding en verantwoordelijkheid als basis voor veiligheid

Door Annemiek Kamp, begeleider

Als hun kind nog heel jong is, zo rond de drie jaar oud, gaan ouders op zoek naar een fijne leeromgeving voor als hun kind vier of vijf jaar wordt. Voor een eerste oriëntatie komen ouders voor een rondleiding naar LOS Deurne. Een ouder van een LOS-leerling gaat met ze op pad. Ze zien de leeromgeving met verschillende ruimtes waarbinnen en tussen de kinderen zich vrij bewegen. Iedereen zoekt zijn eigen weg, kiest wat te doen en met wie. Ouders vragen zich af hoe dat straks zal gaan met hun kleine kindje. Zal het niet verloren lopen? Hoe houden de begeleiders de kinderen in beeld? Veel democratische scholen hebben ervoor gekozen om een aparte ruimte te creëren voor de jongste kinderen. Wij hebben er bewust voor gekozen om dat niet te doen. Waarom is dat zo? En hoe wordt het ervaren? Tijdens de LOS-verbindingsdag, waarop ouders, leerlingen en begeleiders elkaar ontmoeten, spreken we hierover in een kring.

Beeld van ouders

Bob, de vader van Nino (6,5 jaar, sinds zijn 4e bij LOS): Nino leert heel veel van andere kinderen. In het begin hing hij aan zijn grote zus, daarna ging hij meer zelf op pad. Nino kiest ervoor om op te trekken met wie hij het fijn heeft. Leeftijd speelt voor hem geen rol. Hij is met wie het goed samen gaat. Hoe is het met zijn veiligheidsgevoel? Juist doordat hij zelf naar mensen toe kan gaan, zich vrij kan bewegen en niet ergens hoeft te blijven, krijg ik het idee dat hij zich veilig voelt.

Simone, moeder van Linde (6 jaar, sinds haar 5e bij LOS) en Veerle (4 jaar): Veerle wilde niet naar school, totdat Linde haar over LOS vertelde, over hoe fijn het daar voor haar zou zijn. Toen wilde ze wel. We gaven haar de ruimte om het uit te proberen. In het begin vond Veerle het wel fijn als ik nog even bleef. Ze koos zelf al snel een begeleider als aanspreekpunt. Dat gaf haar houvast. Ook wilde Veerle graag met Linde optrekken, maar dat wilde Linde niet. We zijn daarover met onzekinderen in gesprek gegaan. Goed naar elkaar luisteren, ieders stem horen en samen oplossingen bedenken. Het is belangrijk dat daar ruimte voor is als er wat ontstaat. De wenperiode van Veerle bij LOS is heel organisch verlopen. We hebben samen de tijd genomen om het te laten ontstaan. Dat voelde fijn voor mij als moeder, maar zeker ook voor Veerle. In afstemming. En dat ook bij je kind durven laten als ouder. We hebben Veerle aangemoedigd om uit te spreken wat ze zelf fijn vond.

"Toen je hier kwam voor een rondleiding? Zat je er toen anders in?" Simone: Even denken. Ik sta er nu inderdaad anders in. Ik doe heel veel op basis van gevoel. Het voelde als thuiskomen bij LOS. Ik had wel de vraag: Hoe gaat mijn kind hier aarden? Maar ik heb niet in termen van veiligheid gedacht. Bob geeft aan dat hij wel de angst had hoe het met vriendjes zou gaan, als zijn kinderen niet naar de school in de buurt zouden gaan. Simone reageert daarop: Liefdevol vertalen naar de ander wat voor school het is. De tijd nemen, iedere dag weer, om bespreekbaar te maken wat nodig is. In de kinderopvang heb ik ervaren dat kinderen van verschillende leeftijden samen heel goed gaat. Ook heb ik mezelf ingelezen via wat LOS aan info aanreikt.Isabel, moeder van Nino: Iedereen zorgt voor iedereen. De rondleiding zelf herinner ik me nog wel. Ik ben toen helemaal niet bezig geweest met dat mijn kinderen verloren zouden lopen. Maar het proces van angst naar vertrouwen is nog steeds gaande. Vertrouwen als basishouding. Voel je toch angst, maak het dan bespreekbaar. Ouders steunen elkaar hierin. We zien elkaar niet aan de schoolpoort, want we komen vaak op wisselende tijden. Maar kinderen gaan met andere kinderenspelen en zo ontstaat snel contact.

Beeld van leerlingen en begeleiders

Lotte (leerling, 17 jaar): Ik vind het super leuk dat er kinderen zijn van alle leeftijden. We waren onlangs bij een andere school, waar jonge kinderen een eigen lokaal hebben. Wanneer gaan ze dan de rest van de school in? Die overgang is dan misschien wel extra spannend. Dat je met iedereen kunt spelen en naar iedereen kunt toegaan is juist zo fijn…Helena (begeleider): … en ergens ook weg kunt gaan als je er niet meer wil zijn. Jonge kinderen zijn super nieuwsgierig en het is fijn ze niet te beperken in hun beweging. Kinderen voelen of leren weer voelen wat ze fijn vinden en wat ze nodig hebben. We willen een plek zijn waarin iedereen zijn grens durft te ervaren. Juist de kunstmatige grens van een lokaal helpt dan niet. Wanneer ben je dan toe aan de stap naar buiten?

Fanny (begeleider): Doordat ze de ruimte krijgen, gaan ze ook niet actief over de door jouw aangegeven grenzen heen. Er is minder drang om zich af te zetten.Helena: Tijdens de snuffeldagen heeft een kind een maatje. Het maatje is er om de snuffelaar wegwijs te maken. Hij kan er op terug vallen als hij het nog even niet weet. Vandaaruit is er de ruimte, meteen vanaf het begin, om LOS te ontdekken zoals LOS is.Lotte: We geven ruimte aan individuele verschillen. Sommige kleuters vinden het fijn om met kleuters te spelen, andere spelen met grotere kinderen. Kijk naar Luca (14 jaar). Hij is net nieuw hier. Nino vindt hem leuk en speelt graag een spelletje met hem. En zo heeft Luca meteen een maatje.

Spontane verbindingsmomenten

Veel scholen kennen een gezamenlijke dagstart en vaste eetmomenten met een groep. Dit lijkt fijn, maar wij vinden dat juist niet fijn. Het is juist zo fijn om te komen zoals het past thuis, zonder stress om op tijd te hoeven komen. De kinderen verbinden vanzelf door te spelen. Zo ontstaan spontane verbindingsmomenten. Als je wat wil eten, ga je wat eten. Kinderen zoeken elkaar daarin vanzelf op en de saamhorigheid ontstaat vanzelf. Eens per week komen we allemaal bijeen in de meeting om belangrijke mededelingen met elkaar te delen, maar verder ben je vrij om je activiteiten zelf te kiezen.

Samen zorgdragen voor de leeromgeving

Oudere en jongere kinderen samen, iedere dag weer, hierin is het ook vanzelfsprekend om samen op te trekken en elkaar te helpen en ondersteunen, er voor elkaar te zijn.Fanny: Samen poetsen geeft ook aan hoe we hier samen willen zijn. Het draagt bij aan het gevoel van verantwoordelijkheid. Dit draagt ook bij aan het gevoel van veiligheid. Samen moeite doen. Daardoor groeit het verantwoordelijkheidsgevoel.Simone: Mijn kinderen zeiden laatst: “Mama, waarom poets jij hier eigenlijk alleen. Zullen wij ook een doekje pakken?”

Zorg dragen voor elkaar

Helena: Kinderen kunnen hier zo naar buiten lopen. Naast de school is het natuureducatiecentrum en het kasteelpark en vlakbij is ’t Streeckhuys waar kinderen graag wat te eten gaan kopen. Op een bord is aangegeven wat ouders verantwoord vinden voor hun kinderen. Tot hoever mogen ze op pad en met wie? Ouders geven daarbij vaak aan dat hun kind met oudere kinderen op pad mag. Wij geven aan: laat het kind met verantwoordelijke kinderen op pad gaan. Dat is namelijk niet hetzelfde.Friso (20 jaar): Het is mooi om te zien, hoe een 8-jarige met jonge kinderen op pad gaat en zorg draagt voor de veiligheid, samen een broodje kopen bij ’t Streeckhuys.Helena: Er zijn veel bewegingen door het gebouw. We zien met z’n allen heel veel. We observeren heel veel en we horen heel veel. Leerlingen en begeleiders. We ondernemen actie als nodig. Ook dat geldt voor leerlingen en begeleiders. We dragen het samen.Anna (19 jaar): Als een kindje is gevallen of zich pijn gedaan heeft, kijken de andere kinderen eerst of er iets nodig is. Is er een begeleider nodig of kunnen we het zelf oplossen?Friso: Ouders kennen dat soms niet, dat kinderen ook die verantwoordelijkheid voelen. We dragen het samen.

Tot slot

Simone: Zo fijn om te horen. Dat geeft me nog meer vertrouwen. Als ouder voel ik toch die verantwoordelijkheid voor mijn kind. Dat mijn kinderen worden gezien, die veiligheid wil ik graag voor mijn kind.

Previous
Previous

Rekenboekjes

Next
Next

Een verplichte schoolkring